De Regenboog Lori

22 september 2007

De Regenboog Lori.
Trichoglossus haematodus

Regenboog Lori’s

 

 I. Informatie over de soorten. 

 0.1 De afgeleiding.
Trichoglossus komt uit het Latijn en betekent ‘borstelachtige tong’. Haematodus is ook uit het Latijn afkomstig en betekent ‘op bloed lijkend’ of ‘bloedrood’. De namen van de ondersoorten zij allen eveneens uit het Latijn afkomstig of afgeleid: ornatus betekent ‘aangekleed, gedecoreerd’; mitchellii is de gelatiniseerde naam van de onderzoeker Mitchell evenals weberi genoemd naar de onderzoeker Weber, rosenbergii genoemd naar de gelijknamige onderzoeker Rosenberg, deplanchii is vernoemd naar de onderzoeker Deplanchi en massena naar de onderzoeker Massena. Capistratus betekent ‘voorzien van een masker’ en moluccanus betekent ‘afkomstig van de Molukken’. Rubritorquis betekent ‘rode nekband’ en choroleptodus refereert naar de ‘groenige-gele’ kleur van de ondersoort.  

 0.2 De classificatie.
De Trichoglossus lori-soort kent maar liefst 22 ondersoorten volgens Forshaw. Het onderzoek naar deze ondersoorten is nog niet afgerond. Wellicht dat een herclassificatie tot een beperkter aantal ondersoorten zou leiden. Deze lori soort is geografisch gezien één van de meest verbreide soorten onder de papegaaiachtigen. Drie ondersoorten: de Lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus haematodus moluccanus), de Roodnek Lori (Trichoglossus haematodus rubritorquis) en de Noordelijke Lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus haematodus septentrionalis) komen oorspronkelijk uit Australië. De overige negentien soorten bewonen Nieuw Guinea en de omliggende eilanden. 

 1. Groennek Lori
Trichoglossus haematodus haematodus
(Linné 1771)

Groennek Lori

1.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze nominaatvorm is Rainbow Lory of Green-naped Lory. In het Duits is deze soort bekend als Breitbinden Allfarblori. 
1.2 De beschrijving.
De hoofdkleur van de Groennek Lori is groen. Hun voorhoofd, kroon en wangen, keel en kin zijn blauw, maar deze kleur loopt over naar bruinachtig zwart op het achterhoofd, naar de borst en de onderste delen van de wangen toe. Hun nekband is geel tot groen. De borst van de Groennek Lori is rood waarbij iedere veer een blauw-zwarte rand heeft. De bovenbuik van het lichaam zijn donkergroen, terwijl de onderbuik, de pootveren, de stuitveren en de onderste staartveren geelgroen zijn met donkergroene randen. De veren onder de vleugels zijn oranje en de vleugelpennen hebben een gele band. De onderzijde van de staart is olijfgeel. Hun smalle oogring is grijs en hun iris is roodbruin. De poten van deze nominaatsoort zijn grijs en hun snavel is oranjerood. Er zijn geen uiterlijke verschillen tussen de seksen. De jonge lori’s hebben een minder diepe kleur, hun snavel is zwartbruin en hun irissen zijn donkerbruin. 
1.3 De lengte en het gewicht.
De Groennek Lori is 28,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 140 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,5 tot 15,0 centimeter lang en zijn staart is 10,9 centimeter. Het loopbeen meet 1,9 centimeter en de snavel eveneens 2,1 centimeter. De Groennek Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
1.4 De verspreiding.
De Groennek Lori bewoont de eilanden Buru, Amboina, Ceram, Ceramlaut, Goram Eilanden, Watubela en veel eilanden in Geelvink Bay (met uitzondering van Biak). Daarnaast ook westelijk Nieuw Guinea van Humboldt Bay tot de bovenloop van de Fly River. 

 2. Blauwkop Lori
Trichoglossus haematodus intermedius
(Rothschild en Hartert 1901)

Bloedvlek Lori

2.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Blue-faced Lory. In het Duits is deze soort bekend als Blaukopf-Allfarblori.
2.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Blauwkop Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm, behalve dat deze ondersoort duidelijk minder blauw op zijn hoofd heeft en deze kleur ook niet uitloopt naar het bovenste gedeelte van zijn borst. Zijn nekband is groengeel.  
2.3 De lengte en het gewicht.
De Blauwkop Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 140 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,5 tot 15,4 centimeter lang en zijn staart is 10,7 centimeter. Het loopbeen meet 2,1 centimeter en de snavel eveneens 2,3 centimeter. De Blauwkop Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
2.4 De verspreiding.
De Blauwkop Lori leeft in noordelijk Nieuw Guinea van de Torricelli Mountains en de Sepik regio tot Astrolabe Bay. 

 3.  Zuidelijke Groennek Lori.
Trichoglossus haematodus micropteryx
(Stresemann 1922)

Zuidelijke Groennek Lori

3.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Southern Green-naped Lory. In het Duits is deze soort bekend als Südlicher Grünnacken-Allfarblori. 
3.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Zuidelijke Groennek Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm, behalve dat deze ondersoort over het algemeen minder diepere kleuren heeft, zijn borst is oranjerood met smalle blauwe randjes. Zijn nekband is ook groengeel en hij is kleiner van postuur. 
3.3 De lengte en het gewicht.
De Zuidelijke Groennek Lori is 25,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 140 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,2 tot 14,0 centimeter lang en zijn staart is 10,1 centimeter. Het loopbeen meet 1,8 centimeter en de snavel is 2,1 centimeter. De Zuidelijke Groennek Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
3.4 De verspreiding.
De Zuidelijke Groennek Lori leeft in oostelijk Nieuw Guinea en op de eilanden van Manam, Bagabag en Misima. 

4. Massena Lori
Trichoglossus haematodus massena
(Bonaparte 1854)

Massena Lori

4.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Massena’s Lory of Coconut Lory. In het Duits is deze soort bekend als Massena-Allfarblori. 
4.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Massena Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm, behalve dat ook deze ondersoort over het algemeen minder diepere kleuren heeft, zijn de achterzijde van zijn hoofd en nek duidelijk bruinig gekleurd. Zijn borst is oranjerood met een smalle donkerblauwe rand. Zijn buik is groen en zijn nekband is geelgroen. 
4.3 De lengte en het gewicht.
De Massena Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,1 tot 14,5 centimeter lang en zijn staart is 10,5 centimeter. Het loopbeen meet 1,9 centimeter en de snavel eveneens 2,1 centimeter. De Massena Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
4.4 De verspreiding.
De Massena Lori bewoont Karkar, de Bismarck archipel en de Solomon eilanden.

5. Deplanchi’s Lori
Trichoglossus haematodus deplanchii
(Verreaux en Des Murs 1860)

Deplanchi’s Lori

5.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Deplanchi’s Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Neukaledonien-Allfarblori. 
5.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Deplanchi’s Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm, behalve dat ook deze ondersoort over het algemeen minder diepere kleuren heeft, zijn hoofd is donker blauw met lichtere plekken. Zijn borst is donkerrood met donkerblauwe randen en zijn nekband is geelgroen. Zijn dijen en ondervleugelveren zijn duidelijk minder geel gekleurd. De onderzijde van zijn staart is olijfgroen. 
5.3 De lengte en het gewicht.
De Deplanchi’s Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,3 tot 14,9 centimeter lang en zijn staart is 10,7 centimeter. Het loopbeen meet 1,8 centimeter en de snavel is 1,9 centimeter. De Deplanchi’s Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
5.4 De verspreiding.
De Deplanchi’s Lori bewoont Nieuw Caledonië en de Loyalty Islands. 

6. Bleekkop Lori
Trichoglossus haematodus caeruleiceps
(D’Albertis en Salvadori 1879)

Bleekkop Lori

6.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Pale-headed Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Blasskopf-Allfarblori. 
6.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Bleekkop Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm, maar zijn hoofd is minder blauw gekleurd. Zijn borst is roodoranje met erg smalle donkerblauwe randen en zijn nekband is geelgroen. Zijn buik is zwartgroen. 
6.3 De lengte en het gewicht.
De Bleekkop Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 137 gram terwijl de pop gemiddeld 121 tot 130 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,4 tot 14,6 centimeter lang en zijn staart is 10,8 centimeter. Het loopbeen meet 1,9 centimeter en de snavel is 2,0 centimeter. De Bleekkop Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
6.4 De verspreiding.
De Bleekkop Lori bewoont het zuidelijke deel van Nieuw Guinea in het zuiden van de Trans-Fly regio en de benedenloop van de Fly River. Maar in Australië ook op Sabai Island en Boigu Island in het uiterste noorden van Torres Strait, Queensland. 

7. Zwartkeel Lori
Trichoglossus haematodus nigrogularis
(G.R. Gray 1858)

Zwartkeel Lori

7.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Black-throated Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Schwarzkehl-Allfarblori. 
7.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Zwartkeel Lori is hetzelfde als die van de Bleekkop Lori (Trichoglossus haematodus caeruleiceps), maar hij heeft fellere blauwe hoofdkleuren met een groot aantal rode nekveren. Hij is ook iets groter qua postuur. 
7.3 De lengte en het gewicht.
De Zwartkeel Lori is 28,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 14,0 tot 16,1 centimeter lang en zijn staart is 12,3 centimeter. Het loopbeen meet 2,2 centimeter en de snavel eveneens 2,2 centimeter. De Zwartkeel Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
7.4 De verspreiding.
De Zwartkeel Lori leeft op de Aru Islands en oostelijke Kai Islands. 

8. Brook’s Lori
Trichoglossus haematodus brooki
(Ogilvie-Grant 1907)

Brook’s Lori

8.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Brook’s Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Brooks Allfarblori. 
8.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Brooks Lori  is hetzelfde als die van de Bleekkop Lori (Trichoglossus haematodus caeruleiceps), maar hij heeft fellere blauwe hoofdkleuren met een groot aantal rode nekveren. Hij is ook iets groter qua postuur. Het enige verschil met de  Trichoglossus haematodus nigrogularis is de intensieve zwarte kleuring aan de buik. 
8.3 De lengte en het gewicht.
De Brooks Lori is 28,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 15,4 centimeter lang en zijn staart is 12,2 centimeter. Het loopbeen meet 1,8 centimeter en de snavel is 2,3 centimeter groot. De Brooks Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
8.4 De verspreiding.
De Brooks Lori leeft op de Aru Islands en oostelijke Kai Islands. Het exacte leefgebied van de Brooks Lori is niet bekend, wellicht is het Spirit en / of Trangan, behorende tot de eilanden van de Aru Islands.  
8.5 Opmerking:
De Trichoglossus haematodus brooki is slechts van twee museum exemplaren bekend afkomstig van Trangan in de Aru Islands; mogelijk zijn het jonge lori’s van de ondersoort Trichoglossus haematodus nigrogularis, waar deze als jonge lori’s een zwarte buik hebben. 

9. Rosenberg’s Lori
Trichoglossus haematodus rosenbergii
(Schlegel 1871)

Rosenberg’s Lori

9.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Rosenberg’s Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Rosenbergs Allfarblori. 
9.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Rosenbergs Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm, maar zijn hoofd is duidelijk meer violet gekleurd. Zijn borstveren hebben bredere randen met erg smalle donkerblauwe randen en zijn brede nekband is geel met aan de bovenzijde een smalle rode band. Zijn buik is violetblauw en zijn ondervleugels hebben oranje strepen. 
9.3 De lengte en het gewicht.
De Rosenbergs Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,2 tot 15,0 centimeter lang en zijn staart is 9,8 centimeter. Het loopbeen meet 1,9 centimeter en de snavel is 2,2 centimeter. De Rosenbergs Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
9.4 De verspreiding.
De Rosenbergs Lori bewoont Biak Island, Indonesië. 

10. Olijfgroene Lori
Trichoglossus haematodus flavicans
(Cabanis en Reichenow 1876)

Olijfgroene Lori

10.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Olive-green Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Olivgrüner Allfarblori. 
10.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Olijfgroene Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm, maar zijn verenpak kent neer kleurschakeringen; het groen varieert van olijfgeel tot donker groen. De achterzijde van zijn hoofd en zijn nek zijn donker roodbruin. Zijn wangen en oogstreek zijn violetblauw en de rest van zijn achterhoofd heeft grijsgroene markeringen. Zijn borst is rood hebben bredere randen met erg smalle donkerblauwe randen en zijn nekband is geel; zijn buik is groen. 
10.3 De lengte en het gewicht.
De Olijfgroene Lori is 27,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 14,2 tot 15,5 centimeter lang en zijn staart is 11,4 centimeter. Het loopbeen meet 2,1 centimeter en de snavel is 2,3 centimeter. De Olijfgroene Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
10.4 De verspreiding.
De Olijfgroene Lori leeft op de New Hanover en Admiralty Islands. 

11. Ninigo Lori
Trichoglossus haematodus nesophilus
(Neumann 1929)

Niningo Lori

11.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Ninigo Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Ninigo Allfarblori. 
11.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Ninigo Lori is dezelfde als die van de Olijfgroene Lori (Trichoglossus haematodus flavicans) nominaatvorm, maar zijn veren op zijn rug, onderstaartveren en staart neigen naar olijfgeel. 
11.3 De lengte en het gewicht.
De Ninigo Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,2 tot 15,1 centimeter lang en zijn staart is 11,4 centimeter. Het loopbeen meet 2,1 centimeter en de snavel eveneens 2,0 centimeter. De Ninigo Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
11.4 De verspreiding.
De Ninigo Lori bewoont de eilanden van de Ninigo groep. 

12. Mitchell Lori
Trichoglossus haematodus mitchellii
(G.R. Gray 1859)

Mitchell’s Lori

12.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Mitchell’s Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Mitchell-Allfarblori. 
12.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Mitchells Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm met uitzondering van zijn hoofd dat zwartbruin is, en zijn voorhoofd en wangen hebben grijsgroene strepen. Zijn borst is rood met nauwelijks zichtbare randen; die bij de meest Mitchell Lori’s niet zichtbaar zijn. De nekband is groengeel; en hij heeft een smaller postuur dan de nominaatsoort. 
12.3 De lengte en het gewicht.
De Mitchells Lori is 24,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 12,4 tot 13,6 centimeter lang en zijn staart is 9,9 centimeter. Het loopbeen meet 1,7 centimeter en de snavel eveneens 1,8 centimeter. De Mitchells Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
12.4 De verspreiding.
De Mitchells Lori bewoont de eilanden van Bali en Lombok, Indonesië. 

13. Forsten Lori
Trichoglossus haematodus forsteni
(Bonaparte 1850)

Forsten Lori

13.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Forsten’s Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Forstenlori. 
13.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Forsten Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm met uitzondering van zijn hoofd dat donkerbruin is, en zijn voorhoofd en wangen hebben violetblauwe strepen en soms hebben ze in de nek een zwarte kleur. Zijn borst is helderrood zonder randen en zijn buik is violet. De nekband is gelig en deze ondersoort is ook kleiner dan de hoofdsoort.
13.3 De lengte en het gewicht.
De Forsten Lori is 24,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,2 tot 13,9 centimeter lang en zijn staart is 9,8 centimeter. Het loopbeen meet 1,8 centimeter en de snavel is 2,0 centimeter. De Forsten Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.
13.4 De verspreiding.
De Forsten Lori leeft op Sumbawa Island, Indonesië. 

14. Djampea Lori
Trichoglossus haematodus djampeanus
(Hartert 1897)

Djampea Lori

14.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Djampea Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Djampea-Allfarblori. 
14.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Djampea Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm maar zijn hoofd is zwart, zijn voorhoofd en wangen kenmerken zich door violetblauwe strepen. De buik is violet. De nekband is gelig met donker violet aan de onderzijde. 
14.3 De lengte en het gewicht.
De Djampea Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,7 tot 14,6 centimeter lang en zijn staart is 10,3 centimeter. Het loopbeen meet 1,8 centimeter en de snavel eveneens 1,8 centimeter. De Djampea Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
14.4 De verspreiding.
De Djampea Lori leeft op Djampea Island, Indonesië. 

15. Stresemann’s Lori
Trichoglossus haematodus stresemanni
(Meise 1929)

Stresemann’s Lori

15.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Stresemann’s Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Stresemann-Allfarblori. 
15.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Stresemann’s Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm maar zijn hoofd is zwartbruin, zijn voorhoofd en wangen kenmerken zich door violetblauwe strepen. De buik is donkerviolet. De nekband is groengeel. 
15.3 De lengte en het gewicht.
De Stresemann’s Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,5 tot 15,2 centimeter lang en zijn staart is 11,6 centimeter. Het loopbeen meet 2,0 centimeter en de snavel eveneens 2,1 centimeter. De Stresemann’s Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
15.4 De verspreiding.
De Stresemann’s Lori bewoont het Kalao-tua Island, Indonesië. 

16. Sumba Lori
Trichoglossus haematodus fortis
(Hartert 1898)

Sumba Lori

16.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Sumba Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Sumba-Allfarblori. 
16.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Sumba Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm maar zijn voorhoofd en wangen kenmerken zich door violetblauwe strepen. De lijn boven zijn ogen en zijn nek zijn groen. De buik is donkergroen soms met een zwarte tint. De nekband is groengeel en de onderzijde van zijn vleugels is geel. Zijn borst is zacht oranje-geel vrijwel zonder randen. 
16.3 De lengte en het gewicht.
De Sumba Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 14,5 tot 15,9 centimeter lang en zijn staart is 11,9 centimeter. Het loopbeen meet 2,0 centimeter en de snavel is 2,1 centimeter groot. De Sumba Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
16.4 De verspreiding.
De Sumba Lori leeft op het Sumba Island, Indonesië. 

17. Bloedvlek Lori
Trichoglossus haematodus capistratus
(Bechstein 1811)

Bloedvlek Lori

17.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Edward’s Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Edward-Allfarblori. 
17.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Bloedvlek Lori is dezelfde als die van de Sumba Lori (Trichoglossus haematodus fortis) maar zijn hoofd is groen, zijn voorhoofd, kroon en wangen hebben violetblauwe strepen. De borst van  de  Bloedvlek Lori is geel met oranjerode vlekken zonder randen. Zijn buik is donkergroen en zijn brede nekband is geelgroen. Het geel onder zijn vleugels heeft ook oranje kleuren.
17.3 De lengte en het gewicht.
De Bloedvlek Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 14,0 tot 15,1 centimeter lang en zijn staart is 11,6 centimeter. Het loopbeen meet 1,9 centimeter en de snavel eveneens 2,0 centimeter. De Bloedvlek Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
17.4 De verspreiding.
De Bloedvlek Lori leeft op het Timor Island, Indonesië. 

18. Wetar Lori
Trichoglossus haematodus flavotectus
(Hellmayr 1914)

Wetar Lori

18.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Wetar Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Wetar-Allfarblori. 
18.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Wetar Lori is dezelfde als die van de Sumba Lori (Trichoglossus haematodus fortis) maar zijn hoofd is ook groen, zijn voorhoofd, kroon en wangen hebben violetblauwe strepen. De borst van  de  Wetar Lori is geel met weinige oranjerode vlekken zonder randen. Zijn buik is groen en zijn brede nekband is geelgroen. Het geel onder zijn vleugels zonder oranje kleuren. 
18.3 De lengte en het gewicht.
De Wetar Lori is 26,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 14,3 tot 15,2 centimeter lang en zijn staart is 11,6 centimeter. Het loopbeen meet 1,9 centimeter en de snavel is 2,0 centimeter. De Wetar Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
18.4 De verspreiding.
De Wetar Lori bewoont de Wetar en Roma Islands, Indonesië.
18.5 Opmerking:
De Trichoglossus haematodus fortis en de Trichoglossus haematodus flavotectus zijn vrijwel identiek in kleur en kunnen niet van elkaar onderscheiden worden als de herkomst niet bekend is. Wellicht gaat het om een soort, maar ze zijn geografisch verdeeld door twee ondersoorten de Trichoglossus haematodus capistratus (Timor) and Trichoglossus haematodus weberi (Flores), verder onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. 

19. Weber Lori
Trichoglossus haematodus weberi
(Hartert 1898)

Weber’s Lori

19.1 De benaming.
De Engelse benaming voor deze ondersoort is Weber’s Lorikeet. In het Duits is deze soort bekend als Weber-Allfarblori. 
19.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Weber Lori is dezelfde als die van de nominaatvorm maar zijn hoofd is groen. Zijn voorhoofd en wangen hebben een zachtblauwe tint. Zijn borst is groengeel en de buik is groen en zijn nekband is groengeel. Hij is kleiner dan de hoofdsoort. 
19.3 De lengte en het gewicht.
De Weber Lori is 23,0 centimeter lang en de man weegt gemiddeld 131 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 12,5 tot 13,5 centimeter lang en zijn staart is 9,5 centimeter. Het loopbeen meet 1,7 centimeter en de snavel eveneens 1,9 centimeter. De Weber Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen.  
19.4 De verspreiding.
De Weber Lori leeft op het Flores Island, Indonesië. 

20. Lori van de Blauwe Bergen
Trichoglossus haematodus moluccanus
(Gmelin 1788)

Lori van de Blauwe Bergen

20.1 De benaming.
De Engelse benaming van de Lori van de Blauwe Bergen, ook wel Molukken Lori genoemd is Rainbow Lorikeet, Blue Mountain Lorikeet of Swainson’s Lorikeet. In het Frans is deze soort bekend als Loriquet de Swainson en in het Duits als Gebirgslori of als Lori von den blauwe Bergen. In het Latijn werd deze lori ook wel Trichoglossus novaehollandiae eyrei of Psittacus moluccanus genoemd. 
20.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Lori van de Blauwe Bergen is gelijk aan die van de nominaatvorm, met uitzondering van de kop die helemaal violetblauw is. De keel en de zijkanten van de keel zijn zwartgekleurd, de borst is oranjegeel tot oranjerood zonder randen. De buik is violetblauw en de nekband is groengeel. De onderzijden van zijn vleugels zijn oranje met gele tinten. Hij is forser van postuur dan de nominaatsoort. 
20.3 De lengte en het gewicht.
De Lori van de Blauwe Bergen is 28,0 centimeter groot en de man weegt gemiddeld 140 tot 150 gram terwijl de pop gemiddeld 130 tot 145 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,9 tot 16,5 centimeter lang en zijn staart is 14,7 centimeter. Het loopbeen meet 1,8 centimeter en de snavel eveneens 1,8 centimeter. De Lori van de Blauwe Bergen moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen. 
20.4 De verspreiding.
De Lori van de Blauwe Bergen leeft in het oosten (Noord Queensland in het gebied van de Endeavour River en de Daintree River) tot aan het zuidoosten van Australië  (Eyre Peninsular), maar ook Kangaroo Island en Tasmania. Intussen heeft zich sinds 1960 een grote populatie van Lori’s van de Blauwe Bergen gevestigd in en rondom Perth, Western Australia. Deze komen voort uit ontsnapte kooivogels. Deze ondersoort komt in zeer grote aantallen in zijn leefgebied in Australië voor; naar verwachting tussen de vijftien en dertig miljoen exemplaren. 

21. Noordelijke Lori van de Blauwe Bergen
Trichoglossus haematodus septentrionalis
(Robinson 1900)

Noorderlijke Lori van de Blauwe Bergen

21.1 De benaming.
De Engelse benaming van de Noordelijke Lori van de Blauwe Bergen genoemd is Northern Rainbow Lory. In het Frans is deze soort bekend als Loriquet de Swainson du Nord en in het Duits als Nörtlicher Gebirgslori. 
21.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Noordelijke Lori van de Blauwe Bergen is gelijk aan die van de Lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus haematodus moluccanus), met uitzondering van het hoofd dat veel helderder violetblauw is. Ook zijn staart is korter. 
21.3 De lengte en het gewicht.
De Noordelijke Lori van de Blauwe Bergen is 28,0 centimeter groot en de man weegt gemiddeld 125 tot 149 gram terwijl de pop gemiddeld 115 tot 130 gram weegt. Zijn vleugels zijn 13,6 tot 15,7 centimeter lang en zijn staart is 12,1 centimeter. Het loopbeen meet 1,7 centimeter en de snavel eveneens 2,0 centimeter. De Noordelijke Lori van de Blauwe Bergen moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen. 
21.4 De verspreiding.
De Noordelijke Lori van de Blauwe Bergen leeft in het uiterste noorden van Queensland, Australië. Maar ook op de Torres Strait Islands (met uitzondering van Boigu en Sabai, daar komt de Bleekkop Lori (Trichoglossus haematodus caeruleiceps) voor). Op de Cape York Peninsula zuidwaarts in het westen naar de de bovenloop van de Gilbert River naar de benedenloop van het Norman-Flinders-River gebied en in het oosten van de Endeavour River tot de Daintree River komt deze ondersoort samen met de Lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus haematodus moluccanus) voor. 

 22. Roodnek Lori
Trichoglossus haematodus rubritorquis
(Vigors en Horsfield 1826)

Roodnek Lori

22.1 De benaming.
De Engelse benaming van de Roodnek Lori of Roodkraaglori is Red-collared Lorikeet, of Orange-naped Lorikeet. In het Frans is deze soort bekend als Loriquet à collier rouge en in het Duits als Rotnackenlori. 
22.2 De beschrijving.
De beschrijving van de Roodnek Lori is gelijk aan die van de Lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus haematodus moluccanus), met uitzondering van de kop die violetblauw is. De keel en de zijkanten van de keel zijn zwartgekleurd, de borst is oranjegeel zonder randen. De buik is zwartgroen en de nekband is oranjerood. Hij is ook duidelijk forser van postuur.  
22.3 De lengte en het gewicht.
De Roodnek Lori is 28,0 centimeter groot en de man weegt gemiddeld 100 tot 140 gram terwijl de pop gemiddeld 104 tot 130 gram weegt. Zijn vleugels zijn 14,2 tot 16,0 centimeter lang en zijn staart is 13,0 centimeter. Het loopbeen meet 1,8 centimeter en de snavel is 2,0 centimeter. De Roodnek Lori moet geringd worden met 6,5 millimeter gesloten pootringen. 
22.4 De verspreiding.
De Roodnek Lori bewoont het noorden van Australië, in het Kimberley gebied van Western Australia tot aan de 18de breedtegraad en oostwaarts naar de bovenloop van de Nicholson River tot de uiterwaarden van de Leichardt River in de Gulf of Carpentaria. In het Northern Territory komt deze ondersoort voor van de Negri River, via de Victoria River Downs System tot de bovenloop van de McArthur River. Ook op sommige eilanden: Augustus Island, Koolan Island, Melville Island, Bathurst Island, Croker Island en Elcho Island. 

II. Algemene informatie. 

1. Het leefgebied.
De regenboog lori bewoont een grote variëteit aan leefgebieden met bomen, maar ook open regenwouden, struikgewassen, savannen en plantages tot op hoogtes van 1.000 meter tot soms op hoogtes van 2.200 meter in Nieuw Guinea. 

Regenboog Lori’s

2. De status.
De Regenboog Lori is niet bedreigd in zijn leefgebied, maar komt er over het algemeen in grote aantallen in voor. Enkele soorten, waaronder de Lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus haematodus moluccanus), zijn per ongeluk geïntroduceerd in Nieuw Zeeland (ontsnapte kooivogels) en hebben zich daar ontwikkeld tot een plaag. Zij verstoren hier het oorspronkelijke ecosysteem. De enige ondersoort welke bedreigd wordt is de Mitchell Lori (Trichoglossus haematodus mitchellii) omdat zijn leefgebied snel verdwijnt. Voor wat betreft de wetgeving vallen de geringde Regenboog Lori’s onder de CITES II en Bijlage B van EG-Basisverordening 338/97. Hierdoor mogen ze geringd binnen de Europese Unie vrij worden gehouden en verhandeld worden, en hiervan hoeft geen administratie bij gehouden te worden (artikel 2 lid 1c punt 1 Regeling administratie Flora en Faunawet). Ongeringde Regenboog Lori’s kunnen binnen de EG ook vrij worden gehouden en verhandeld mits aantoonbaar is dat u ze legaal hebt verkregen (artikel 8 lid 1 en 2 vrijstellingsregeling Flora en Faunawet) en hiervan hoeft geen administratie bij gehouden te worden (artikel 2 lid 1c punt 2 Regeling administratie en bijlage 1 Regeling administratie Flora en Faunawet).

3. Het gedrag.
De Regenboog Lori’s leven in paren of kleine familiegroepen tot grote groepen van enkele honderden lori’s buiten het broedseizoen. De Regenboog Lori’s zijn schuw en luidruchtig en klimmen graag in bomen en takken. Deze lori’s zijn erg schuw van aard; ze zijn het meest benaderbaar als ze eten, anders zijn ze nauwelijks benaderbaar. De Regenboog Lori’s worden vaak met andere Lori soorten gezien zoals de Trichoglossus chlorolepidotus en de Pseudeos fuscata in bomen met bloesem. De lori’s reageren in de vlucht op de lori’s onder hen in de bomen door op hun roepen te reageren. De groep rust in dezelfde bomen. Er zijn meerdere malen seizoensgebonden migraties waargenomen op zoek naar voldoende voedsel. Deze migraties worden zelfs naar veraf gelegen eilanden waargenomen en daarom worden ze op de open zee  gezien, zoals Bondi Beach by Sydney, New South Wales. De Regenboog Lori’s staan bekend om hun groot aanpassingsvermogen; ze kunnen leven in bossen, open vlaktes maar ook in dicht bevolkte woonwijken. In hun gedrag zijn ze bijzonder dominant; ze zorgen ervoor dat bij voerplaatsen de Grote Geelkuifkaketoes (Cacatua galerita galerita) op de vlucht slaan als zij arriveren. Ook vertonen ze hun dominant gedrag vaak onderling bij voedselplaatsen en nestgelegenheden. Binnen een groep kennen de Regenboog Lori’s een sterke sociale structuur, waarbij ze onderling contacten leggen door hun roepen en hun sissende geluiden. Hun roep is hoog tonig en rollend, deze wordt tijdens de vlucht hoger. De roep verschilt per ondersoort, van de Australische soorten zijn meer dan dertig verschillende roepen onderscheiden; maar hun betekenis is (nog) niet bekend.

Regenboog Lori etend

 4. Het dieet in de natuurlijke leefomgeving.
De Regenboog Lori leeft van nectar, bloemen, fruit, bessen, pollen, zaden, bloemknoppen van de Eucalyptus, Angophora, Acacias, Melaleuca, Banksia, Callistemon en de Grevillea, insecten en hun larven. Ze veroorzaken behoorlijk wat schade aan appel- en peerboomgaarden en andere gecultiveerde fruitbomen en graanvelden. 

5. Het broedgedrag.
De broedperiode varieert per eiland: op Ceram van november tot januari, op de Solomon Islands van oktober tot december, op Nieuw Guinea in februari, op Flores van februari tot augustus. In Australië loopt het broedseizoen van augustus tot januari of van april tot mei. De Regenboog Lori’s nestelen in holle takken van dode bomen, meestal in de hoogte. Het nest is bedekt met kleinere stukjes hout. Het legsel bestaat uit twee en zeer incidenteel uit drie eieren. De broedtijd is 25 dagen en de jonge lori’s zijn bedekt met witte dons, die na tien dagen overgaat naar grijze dichte dons (tot de achttiende dag).  Met veertien dagen gaan de ogen open en met 22 dagen komen de veerpunten uit. Met 45 dagen zijn de jonge lori’s in de veren. Na zestig dagen vliegen de jonge lori’s uit. Kort na het uitvliegen voeden ze zich met nectar en kort daarna ook met fruit. De jonge lori’s slapen daarna nog enige tijd in hun nest nadat ze al uitgevlogen zijn. Hun elliptisch gevormd ei meet 26,9 bij 22,4 millimeter.

Regenboog Lori in Sydney

6. De avicultuur.
De Regenboog Lori’s zijn redelijk luidruchtige soorten, zeker wanneer ze opgewonden zijn. Het zijn geharde vogels die sterk zijn, en weinig bevatbaar, na   acclimatisatie.  Hun aard maakt hun tot actieve en nieuwsgierige vogels; sommige ondersoorten zijn aanvankelijk schuw, maar worden al snel vertrouwd. In volières blijkt al snel dat ze paartjes-gedrag vertonen.  Groepen van Regenboog Lori’s kunnen alleen maar in grotere volières gehouden worden. De Regenboog Lori’s kunnen soms agressief zijn naar andere soorten, in combinatie met hun hoge intelligentie en dominantie, kan agressie een probleem zijn bij deze lori’s. Anno 2011 kost in Nederland en België een jong en nog niet broedrijp paartje rond de € 375,00 en een broedrijp paartje rond de € 420,00. Een jonge handtamme Regenboog Lori kost rond de € 220,00. Een Regenboog Lori kost in Australië slechts € 35,00; er zijn maar weinig aviculturisten die deze volièrevogels waarderen. In tegenstelling tot Nieuw Zeeland waar de Regenboog Lori op grote schaal in kooien gehouden wordt als huisdier, ze kosten daar rond de € 175,00. In Zuid-Afrika kost deze lori € 150,00 en in de Verenigde Staten kost een Regenboog Lori ongeveer $ 250,00.

7. De accommodatie.
De vlucht moet minimaal 2,5 bij 1 bij 2 meter zijn met een aanliggende nachthok. Tijdens de acclimatisatie moet de temperatuur minimaal 22°C zijn. Hun broedblok moet het hele jaar tot hun beschikking staan. De afmetingen hiervoor zijn 30 bij 22 bij 25 centimeter met dikke wanden ter bescherming tegen de koude. In onverwarmde gesloten binnenvolières kunnen ze tot temperaturen van -2°C tot -4°C gehouden worden.

Regenboog Lori etend 2

8. Het dieet in avicultuur.
De lori’s hebben van alle papegaaiachtigen een afwijkend dieet. Ze moeten een lori nectar van honing, pollen, brouwers gist, geplette haver, een multi-granen mix, vitaminen and mineralen en biscuits zacht gemaakt met melk. Ze eten graag diverse fruitsoorten, met name appel, peer, banaan, papaja, agave, sinasappels en druiven; ook groente zoals fijngehakte wortels, selderij en zoete maïs. De Regenboog Lori eet ook kleine hoeveelheden milletzaden, haver, kanariezaad, gekiemde zonnebloempitten, maar ook eivoer en maden voor het grootbrengen van de jonge lori’s. Ook stellen ze verschillende soorten bloemen op prijs zoals die van de hibiscus, de kamperfoelie, de jasmijn, de stokroos, de wilde aster, de fuchsia, de begonia, de paardenbloem en de bloesem van fruitbomen. Er zijn tegenwoordig uitstekende complete lorivoedingen te koop. In Europa en de Verenigde Staten is CéDé Lorivoeding een van de beste uitgebalanceerde lorivoedingen. Het is echter nooit de bedoeling dat lori’s op zaad of pellets moeten overgaan. Hun spijsverteringsstelsel is hier niet op berekend en dit betekent een slechte conditie voor de lori’s en een vroegtijdig overlijden. Een echte liefhebber respecteert de dieetwensen van zijn lori’s.

9. Broeden in avicultuur.
Deze lorisoorten zijn niet zo populair in onze Europese avicultuur. Dit komt doordat zijn een afwijkende verzorging nodig hebben door hun eetgewoontes en doordat zij altijd waterige ontlasting hebben. In Australië zijn slechts de inheemse soorten vertegenwoordigd, maar ook niet in grote aantallen. Het broeden is al heel vaak gelukt en niet moeilijk, mits zij een volwaardige lorivoeding krijgen. Het beste resultaat wordt bereikt door paartjes afzonderlijk te huisvesten. Voorafgaand aan het broeden moet er wekelijks een calcium supplement gegeven worden. Het legsel bestaat uit twee eieren. De broedperiode is 24 tot 25 dagen en na 7 tot 8 weken vliegen de jonge Lori’s uit. De nestkast moet op de bodem bedekt zijn met een laagje zaagsel en rottend hout om de uitwerpselen goed te absorberen. Bij sommige ondersoorten van de Regenboog Lori’s kunnen drie legsels per jaar voorkomen. Een enkele keer komt het voor dat een Regenboog Lori zijn eieren weer opeet. De redenen hiervoor kunnen divers zijn: geen broedrust, onbevruchte eieren, gebrek aan de juiste voedingsstoffen. De jonge Regenboog Lori’s zijn volwassen met elf maanden en kunnen vanaf hun eerste  tot tweede levensjaar (soms al voor hun eerste levensjaar bij de Lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus haematodus moluccanus)) ook weer voor nakomelingen zorgen. 

RB

10. De leeftijd.
In gevangenschap kan de Regenboog Lori dertig tot vijfendertig jaar oud worden. In de vrije natuur zal de gemiddelde Regenboog Lori niet veel ouder worden dan acht tot tien jaar. Dit komt doordat zij dagelijks bloot staan aan allerlei gevaren (zoals roofdieren en afschieten), maar ook aan ziektes en de gevolgen van een te beperkt voedselaanbod. Onderzoek in Australië leverde op dat de Lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus haematodus moluccanus) op 11 oktober 1983 in een controlestation gevangen was, nadat hij 80 kilometer verder op 5 september 1964 geringd was. Hij was toen minimaal al 19 jaar oud. Voor een in het wild levend exemplaar is dit zeker buitengewoon. 

11. De Regenboog Lori als huisdier.
Om een Regenboog Lori tam te krijgen moet er in verhouding meer tijd en energie gestoken worden in de eerste periode van grootbrengen. Een lori neigt er snel na om met een pijnlijke beet zijn zin door te drijven; een lori mag nooit het gevoel krijgen dat dit werkt. De beste training is interactief werken met speeltjes en tijdelijk zijn vleugels trimmen. Het zijn zeer actieve vogels die ook hun energie kwijt moeten kunnen, dus hebben ze aandacht nodig en voldoende stimulansen. Ze gedragen zich van nature als clowns en worden vaak op de bodem van hun kooi rollend op hun rug gezien om vervolgens weer door hun hele kooi te kruipen. Het zijn goede sprekers, en volgens de Amerikaanse gedragsspecialist Linda Greeson, bijna zo accuraat als de Grijze Roodstaartpapegaai (Psittacus erithacus erithacus). De Regenboog Lori’s kunnen erg luidruchtig zijn en hebben duidelijke voorkeur en afkeur van bepaalde personen. De Regenboog Lori’s zijn fantastische vliegers en uitstekende ontsnappers. Mits de Regenboog Lori voldoende aandacht krijgt van zijn verzorger, is deze soort een goed huisdier; hij vraagt duidelijk minder aandacht dan andere tamme papegaaiachtigen. Aandachtspunt voor deze lori is wel hun dunne ontlasting.

Roodnek lori’s

12. Gezondheidsaspecten.
Regenboog Lori’s welke goed verzorgd worden, worden zelden of nooit ziek. Als ze een uitgebalanceerde voeding krijgen en in een rustige, schone en niet te drukke omgeving zitten, voldoende bewegingsvrijheid hebben en frisse lucht dan blijft het afweersysteem van de Regenboog Lori’s intact en maakt ze ongevoelig voor ziekten. Erg jong lori’s en de oudere lori’s zijn meer bevattelijk voor ziektes dan volwassen papegaaien. Hun uitwerpselen, hun gedrag en hun gewicht moet dagelijks gecontroleerd worden om de gezondheidstoestand van de Regenboog Lori’s in de gaten te houden. Bij lorisoorten is de  controle op de ontlasting moeilijk omdat hun uitwerpselen altijd vloeibaar zijn. Plotse kleurverschillen zonder aanwijsbare reden (zoals een gewijzigd voedselaanbod), kunnen een indicatie van ziekte zijn. Stress kan er de oorzaak van zijn dat de uitwerpselen uit heldere vloeistof bestaan; en moet niet verward worden met diarree. Diarree laat onverteerd voedsel zien in de uitwerpselen en de uitwerpselen bestaan niet meer uit drie verschillende delen. Enige (plotse) verandering in de vorm van de uitwerpselen, moeten goed in de gaten worden gehouden en besproken worden met een in papegaaien gespecialiseerde dierenarts. Hetzelfde moet worden gedaan met een geleidelijke of snelle gewichtsafname. Het borstbeen, het uitstekende been onder de krop van de papegaai, moet regelmatig gecontroleerd worden om bekend te raken met de normale fysieke gesteldheid van de Regenboog Lori. Het moet tussen spierweefsel zitten. Als het moeilijk te vinden is, dan heeft de Regenboog Lori overgewicht en als het gaat uitsteken, moet er medisch advies gevraagd worden. Het algemene gedrag van de Regenboog Lori moet ook goed in de gaten worden gehouden. Hij moet actief zijn, met korte slaapperiodes, speeltijd en schreeuwkwartiertjes. Een (plotselinge) gedragsverandering kan een voorteken van een ziekte zijn. Symptomen kunnen niezen, overgeven, veren plukken en kauwen en hoesten zijn. Bij een verandering moet er om medisch advies gevraagd worden. Een Regenboog Lori zal zijn ziekte zo lang als mogelijk verbergen en zal pas in een laat stadium zijn ziekte tonen. Dit betekent dat, zodra we merken dat de Regenboog Lori ziek is, hij al (erg) ziek is. Hij moet warm worden gehouden (30° Celsius), goed in de gaten worden gehouden en een in papegaaien gespecialiseerde dierenarts moet geconsulteerd worden. Het vragen van medisch advies zodra de eerste symptomen verschijnen, betekent vaak het verschil tussen een succesvol herstel of fatale afloop. De ziektes kunnen bacteriële infecties zijn (salmonellosis, psittacosis) of virus infecties zijn (veer en snavelrot ziekte (psittacine beak and feather disease)); Newcastle ziekte; Pacheco’s ziekte; kliermaagdilitatie ziekte (proventricular dilatation disease)) of schimmel infecties (aspergillosis), inwendige ziektes (tumoren, uitgezakte cloaca), uitwendig ziektes (parasieten, worm infectie, verbandingen, bevriezing, hersenschudding) of voeding gerelateerde ziektes (legnood, hypocalcemia).Regenboog Lori’s zijn niet zo gevoelig voor verenplukken; maar als ze dit toch gaan doen dan is er ook geen pasklaar antwoord hierop. De redenen voor dit gedrag zijn vaak complex en meervoudig. Het meeste risico lopen de volwassen woonkamer Regenboog Lori’s die ouder dan vijf jaar zijn. Het kan veroorzaakt worden door frustratie over het ontbreken van een partner in combinatie met andere (omgeving) factoren zoals verveling en het ontbreken van de mogelijkheid om te baden of een (te) eenzijdig voedselaanbod. In theorie kunnen het ook parasieten zijn, maar dit is nagenoeg nooit de oorzaak. Het verenplukken begint meestal aan de onderzijde van de borst en kan zich uitbreiden naar alle bereikbare delen van het lichaam. Zodra de eerste signalen er zijn, moet er meteen ingegrepen worden, door de omgeving aan te passen en zo voor geestelijk stimulans te zorgen. Als het niet helpt, dan moet overwogen worden om er een partner bij te halen of een nieuw thuis voor hem te zoeken waar hij wel broedgelegenheden heeft. Zodra een Regenboog Lori ooit hiermee begonnen is, blijft hij altijd een risico naar de toekomst toe. Zodra ze in paren in volières worden gehouden, wordt dit gedrag veel minder waargenomen. Als het toch gebeurt, dan klikt het meestal niet met de huidige partner.Doorgegroeide snavels en teennagels, kunnen voorkomen worden door de Regenboog Lori’s voldoende mogelijkheden te geven om te knagen om zijn snavel op maat te houden. Als de snavel dan toch doorgroeit dan kan een in papegaaien gespecialiseerde dierenarts deze professioneel bijwerken. Zijn teennagels kunnen ook door deze arts bijgewerkt worden. Als de Regenboog Lori natuurstokken heeft (en nooit betonnen of zandpapieren stokken, omdat dit de voeten aantast), dan worden de teennagels op een natuurlijke wijze kort gehouden.Onnodig om te zeggen is dat het drinken van alcohol en het inademen van tabakslucht (nicotine) erg gevaarlijk voor de Regenboog Lori’s kunnen zijn en hem (uiteindelijk) doen overlijden.

Regenboog Lori lutino

13. Het hybridiseren en mutaties.
Helaas zijn er toch nog altijd kwekers welke hybride lori’s willen kweken. Bekend zijn hybride Regenboog Lori’s lorisoorten binnen deze soort, maar ook met de Witrug Lori (Pseudeos fuscata), de Rode Lori (Eos bornea) en de Muskuslori (Glossopsitta concinna). Alhoewel niet al deze kruisingen vruchtbaar waren, gaat er onnodig genetisch materiaal van de verschillende soorten verloren en zal onze gezonde en hier gekweekte lori populaties nemen af. De mutaties van de Regenboog Lori’s zijn erg divers. Bekend zijn de blauwe mutatie, de lutino mutatie, de algemeen voorkomende cinnamon mutatie, de grijze mutatie, de kaki mutatie, de bonte mutatie, de gele mutatie, de zwartogige gele mutatie maar ook de melanistische (zwarte) mutatie. De meeste van deze mutaties komen slechts in Australië voor en (nog) niet in Europa, de Verenigde Staten of Zuid-Afrika. 

© 2007, 2011 Kadima Management


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.